Patiënten hebben na een beroerte meer stimulans nodig om te lopen

14-06-2018

Op 14 juni promoveert Jacqueline Outermans, onderzoeker aan Hogeschool Utrecht, op het stimuleren van lopen bij mensen die een beroerte hebben gehad.

Na een beroerte halveert het aantal stappen dat patiënten per dag zetten. Ze worden hierdoor minder fit, hun bewegingsvrijheid gaat steeds verder achteruit en de kans op nóg een beroerte neemt toe. Het trainen van het lopen zelf blijkt niet voldoende te helpen: hoewel de patiënt hierna meer kán lopen, betekent dat nog niet dat hij dat ook dóet. Uit Outermans’ onderzoek blijkt dat groepstraining al binnen drie maanden na een beroerte patiënten helpt om verder te kunnen lopen, mits ook andere dan fysieke factoren in de training worden meegenomen..

Niet alleen fysieke factoren spelen een rol

Veel patiënten laten zich tegenhouden door een terughoudende opstelling van hun mantelzorgers of zorgprofessionals. Het zelfvertrouwen en de inrichting van de omgeving – zoals een onregelmatige stoep – spelen ook een negatieve rol. Als patiënten gestimuleerd worden om te lopen, bijvoorbeeld doordat ze huishoudelijke taken hebben of levendige sociale contacten, helpt dat juist de loopvaardigheid. “Als je wilt dat een interventie om het lopen te stimuleren voor patiënten die een beroerte hebben gehad écht effect heeft, moet je niet alleen fysieke factoren meenemen, maar ook kijken hoe je gedragsverandering stimuleert, interventies in de omgeving toepast en mogelijk zelfs sociale factoren meeneemt”, aldus Outermans.

De promotie

Jacqueline Outermans is onderzoeker bij het Lectoraat Leefstijl en Gezondheid van Hogeschool Utrecht. Bewegen na een beroerte is een van de drie onderzoekslijnen van dit lectoraat. Outermans promoveert aan de Universiteit van Utrecht. Prof. dr. Anne Visser-Meily (Universiteit Utrecht) en prof. dr. Gert Kwakkel (Vrije Universiteit Amsterdam) zijn de promotoren. De copromotoren zijn dr. Harriët Wittink (Hogeschool Utrecht) en dr. Ingrid van de Port (Revant Breda).